
Odysseus laat zijn mannen bijenwas in hun oren stoppen en laat zichzelf vastbinden aan de mast. Hij wil de lokroep van de sirenes horen maar er niet aan ten onder gaan. Het zingen van de sirenes schalt over het water. Maar ze zingen niet zomaar, ze zingen over hem. Ze beloven hem absolute kennis, totale rust, en een extase die al zijn pijn in één klap zal uitwissen.
In de wijze rationele koning van Ithaka knapt iets, hij schreeuwt en beveelt de mannen richting de sirenes te varen maar ze horen hem niet. Pas uren later als ze de sirenes niet meer hoorbaar zijn komt Odysseus bij zinnen, uitgeput.
Onze cultuur zit vol met weergaven van Jung’s Anima- en Animus-projectie. Jung beschreef de Anima-projectie als de man die zijn onbewuste, niet-geaccepteerde vrouwelijke kanten projecteert op een vrouw. Hij zet haar snel op een voetstuk: ze wordt de ultieme, ongrijpbare droomvrouw. Hij projecteert deze kanten op de pure, fysieke verleiding (de bombshell), de breekbare en zielige prinses die gered moet worden, of de mysterieuze, ongrijpbare muze die hem eindelijk weer moet laten voelen dat hij leeft.
De vrouwelijke tegenhanger, de Animus-projectie, beschrijft de vrouw die haar mannelijke zijde niet heeft geïntegreerd (erkent en geaccepteerd) in haarzelf. Ze projecteert deze onbewuste mannelijke kanten — zoals daadkracht, richting en autoriteit — op de prins op het witte paard (de redder), de stoere rebel of de wijze, volwassen leraar. Dit is Jung’s kader, niet per sé de gehele waarheid.
Talloze sprookjes behandelen dit thema. Belle is de lieve zachte vrouw die iets in het Beest ziet. Haar mannelijke kanten. Het Beest zet Belle op een voetstuk en laat haar niet meer gaan. Als Belle haar mannelijke kracht aanspreekt en zegt dat het Beest zijn woede moet leren beheersen spreekt ze haar eigen mannelijke kracht aan. Als het Beest zijn bibliotheek schenkt, haar beschermt tegen de wolven, zijn zachtere kanten aanspreekt en Belle naar haar vader laat gaan integreert hij zijn vrouwelijke kanten. De betovering is verbroken en in dit sprookje loopt het goed af, ze zijn gegroeid. Helaas gaat het in ons echte leven vaak minder goed.
Zowel Sneeuwwitje als Doornroosje betoveren de mannelijke psyche zonder ook maar één woord te spreken. Dit is een gevaarlijkere dynamiek. Ze liggen stil, passief en hulpeloos te wachten. De projectie kan op geen enkele manier worden tegengesproken. Ze zijn hagelwitte canvassen die de prins kan inkleuren.
De huidige Sneeuwwitjes en Doornroosjes zijn vrouwen als Sydney Sweeney of Alexandra Daddario. Ze zijn onbereikbaar, onbekend en dus een perfect leeg vlak om (weliswaar onbewust) in te kleuren.
De vrouwelijke Animus-projectie ziet in de prins de ultieme redder. Hij staat symbool voor de innerlijke daadkracht en de mannelijke aspecten die in haarzelf nog niet geïntegreerd zijn. De maatschappij wijst deze eigenschappen bij vrouwen immers vaak af: zij mogen niet te veel daadkracht tonen en al helemaal niet boos worden.
Hierdoor raakt de innerlijke mannelijke energie in de vrouwelijke psyche vaak gesplitst in twee uitersten. Aan de ene kant is er de behoefte aan de zachte, poëtische denker—vandaag de dag terug te vinden in de emotionele diepgang van Timothée Chalamet en Paul Mescal. Aan de andere kant zoekt diezelfde psyche de rauwe, brute kracht van de jager, belichaamd door de stoïcijnse oerkracht van een Tom Hardy.

Al deze projecties laten zien dat we nog steeds dwalen als Odyssee vastgebonden aan de mast. De échte uitweg vinden we aan het einde van de Odyssee. Wanneer Odysseus na twintig jaar dwalen eindelijk thuiskomt, is zijn paleis bezet door tientallen arrogante vrijers die zijn vrouw Penelope opeisen. Penelope schrijft een wedstrijd uit: wie de loodzware boog van Odysseus kan spannen en een pijl door het oog van twaalf bijlen kan schieten, mag haar trouwen.
Niet één van de jonge vrijers krijgt de boog gespannen. Hun energie is kinderlijk en ongeleid, ze missen de ware, gerichte mannelijke potentie. Dan pakt Odysseus, vermomd als een rustige bedelaar, de boog. Zonder brute, overdreven kracht spant hij de boog in één vloeiende beweging en schiet de pijl loepzuiver op het doel.
Het huwelijk waarmee sprookjes als Belle en het Beest of Doornroosje mee eindigen is dan ook geen letterlijk huwelijk tussen twee mensen, maar een symbool van de integratie van de mannelijke en vrouwelijke kanten in één persoon (integratie).
We kunnen concluderen dan er niets zo mannelijk is als een man met een geïntegreerde vrouwelijke en mannelijke kant en niets zo vrouwelijk is als een vrouw met een geïntegreerde mannelijke en vrouwelijke kant.